Buiten beugel
Het metalen verbindingsgedeelte (facebow) van de buitenbeugel wordt bij de patiënt precies op maat gemaakt. Het deel dat in de mond zit wordt in buisjes geschoven die vastzitten aan ringetjes om bovenkiezen. Aan het deel dat buiten de mond loopt wordt een band in de nek of op het hoofd vastgemaakt.

Na het plaatsen van een buitenbeugel kunnen de kiezen waar de beugel aan vastzit de eerste tijd vooral 's ochtends vroeg gevoelig zijn. Ook raken de wang en lippen vaak wat geïrriteerd. De buitenbeugel ligt hier immers tegenaan. Sommige patiënten moeten er in het begin aan wennen om met een buitenbeugel te slapen. Al deze klachten nemen na verloop van tijd af. De meesten zijn na een week aan de beugel gewend. Als je in het begin veel last van de beugel hebt kun je gerust de eerste paar dagen enkele pijnstillers nemen.
Een buitenbeugel kan door de drager of draagster ervan zelf worden uitgedaan. Alleen bij douchen, tandenpoetsen, eten, zwemmen en ruwe contactsport moet de buitenbeugel worden uitgelaten. Tenzij er andere instructies zijn gegeven moeten buitenbeugels altijd dag en nacht worden gedragen.
Vaak wordt een buitenbeugel gecombineerd met andere beugels, zoals een activator (blokbeugel) of vaste apparatuur. Bij sommige activatoren zit het metalen verbindingsgedeelte van de buitenbeugel vast in het plastic van de activator. Het verbindingsdeel hoeft dan niet in buisjes te worden geschoven.
Doorgaans wordt een buitenbeugel één keer in de 4 tot 6 weken door de orthodontist gecontroleerd en bijgesteld.

